Zondag 11 juni zal ik voor de vierde keer deelnemen aan Aalsmeer Roest Niet. Voorgaande jaren reed ik mee als navigator in de oude Renaults van mijn vader maar dit jaar zal ik meerijden met mijn allereerste auto, een Renault Fuego uit het jaar 1981. Ik wil met jullie graag het bijzondere verhaal delen dat hier achter zit en waar ik zelf nog geen vermoeden van had toen ik de auto een aantal maanden geleden aanschafte. Via de Renault Fuego club, waar ik mij als nieuwbakken trotse eigenaar had aangemeld en een foto van mijn auto had geplaatst, kreeg ik een reactie van Jack. De auto waar ik zo blij mee ben bleek de hobby-auto van zijn inmiddels overleden vader te zijn geweest. Jack en ik hebben elkaar voor het eerst ontmoet eind mei bij het “Oh oh Renault evenement” en voor hem was het dus een bijzonder weerzien met een voor hem oude bekende. Hij heeft hierover een ontzettend mooi, emotioneel stuk geschreven op zijn facebookaccount. Dit stuk plaats ik hierbij omdat het zo bijzonder is. Ik heb Jack meegevraagd voor Aalsmeer Roest Niet en ja, wij rijden samen deze rit in de Fuego! Het verhaal bleek overigens nóg meer bijzonder te worden omdat óók de vorig jaar door mijn vader aangeschafte Renault Floride S uit 1964 een auto bleek te zijn geweest van de vader van Jack… Jack rijdt dus zondag mee in de hem bekende Fuego (startnummer 80) en vóor zijn oude Floride (startnummer 81). Groeten van Lars Maas

VADER IS TEVREDEN
Samenloop van auto’s, tijdsbeelden en een beetje fantasie brengen bijzondere verhalen, mooie herinneringen en opmerkelijke ontwikkelingen teweeg. “Vader, ik ga vandaag met Hans, je kent ‘m wel, een vriend uit Voorthuizen, naar een Renault meeting nabij Ommen” – “Hartstikke leuk, jullie hebben er mooi weer voor, veel plezier!” wenst vader je toe. “Ja, dank je, maar… is het goed als we jouw Fuego meenemen?” Vader fronst en kijkt, met de vorige ervaring nog vers in het geheugen, bedenkelijk. “Nou… waarom? Je hebt zélf toch een Fuego, of mankeert daar iets aan of is er weer iets voorgevallen…?” – “Nee, joh, natuurlijk niet. Starten en lopen. Maar die van jou staat zo vaak stil en dat is niet goed voor een auto” – “Volgens mij heeft Nathalie er laatst nog mee gereden, maar ik vind het goed, hoor” – “Ah, mooi!” Wanneer je de sleutels uit de als sleutelbak dienstdoende asbak vist, blijkt vader nog niet helemaal uitgesproken “Ja, hó even! Laat ik wel duidelijk stellen, als je wéér met 180 km/h van de snelweg geplukt wordt” – “nagenoeg 185” val je in de rede wat die ouwe toch weer even hoofdschuddend doet lachen en dan zijn zin afmaakt “wat ik dus zeggen wil, dan kom je er niet meer in. Ik hoef geen rij aan bekeuringen op mijn naam met jou als veroorzaker!” Ja, daar zit wat in en je knikt geruststellend wat vader nogmaals doet hoofdschudden. Op weg. We hebben zin in de Renault meeting, al is het snikheet, beide portierramen helemaal open en de sigarenrook vindt zich snel een weg naar buiten toe. De GTS Automatic rijdt als een zonnetje, toepasselijker kan je het niet omschrijven op een dag waarop de temperaturen in cijfers gelukkig nog niet zó hoog oplopen als het aantal verstreken jaren na het prijsgeven van de eerste spionagefoto’s van een ‘Renault 18 Coupé’ in Auto Visie. We spelen vandaag verantwoord met vuur. Het evenement is een fantastische meeting. Bekende gezichten, Renault liefhebbers in hart en ziel en wat er allemaal geparkeerd staat, doet je het gevoel geven in hemelse kringen te verkeren. Zestiens, Zeventiens, Vijfjes, Achtjes, alles moet op de foto.

‘Hé, wat grappig, een jonge jongen bij vaders Fuego’, je schudt hem de hand. Lars is zijn naam en mag zo op rock ‘n’ roll meetings verschijnen met een kapsel dat je aan The King in de vijftiger jaren doet denken en een voorkomen dat jonge damesharten nog sneller zal doen kloppen dan de Fuego in kilometers hárd loopt. “Mooie Fuego, hè?” tast je af en de jongeman straalt erbij. “Ja, écht, ik ben er zo blij mee. Ik denk eraan nog een bumper erbij te zoeken met de mistlampen erin en hoe ‘ie nu is, origineel te houden. Maar, stel dat ik tegen een set van vier lichtmetalen velgen aanloop, weet je ’t maar nooit”. Duidelijk een liefhebber. Met die mistlampen in een voorspoiler en lichtmetalen wielen in het schoeisel, zal de Automatic nog amper van het GTX uiterlijk, hoofd van de Fuego familie, te
onderscheiden zijn. Hij nodigt je uit voor een toertocht en dat lijkt je hartstikke leuk. Lars komt overduidelijk uit een autofamilie en de Floride S die je zelf ooit in het donker herkende nabij Hilversum, is niet langer een onbekende bij de familie Maas. Je bekijkt de Fuego nog eens goed en zegt dan “hij ziet er beter uit dan in onze tijd, hoor”. Strakke achterspatborden, glimmend koetswerk en motorisch blijft deze vurige française nu eenmaal onvermoeibaar. Een geruststelling voor Lars dan ook nog eens, dat vader er altijd beheerst mee om is gegaan en op die ene uitbarsting van jezelf na, die snelheidsmeter nimmer boven 180 heeft staan dansen. Zo’n vijfentwintig jaar na dato klinkt nog altijd outlaw Waylon Jennings uit de Fuego speakers. “Hoe was het?” vraagt vader bij thuiskomst. “Hartstikke leuk! En weet je hoe hard ‘ie nú loopt nadat we ‘m de vorige keer ingereden hebben?” plaag je waarop vader met “als het – pieeeééep – waar is…” intrapt. Je lacht en hij weet genoeg, hij kent je al even. “Klootzak!” krijg je nu op positieve toon naar je hoofd geslingerd. “Kijk, ik heb foto’s gemaakt” zeg je dan en vader is stomverbaasd dat je die nagenoeg direct kunt tonen. “Hoe doe je…” begint hij, maar je onderbreekt ‘m met “is niet belangrijk, kijk nu maar”. Vader lacht en zegt “zooóó, heb je ‘m gepoetst? En wie is die jongen ernaast?” – “Nee, ik heb ‘m niet gepoetst, vader, dat heeft Lars gedaan. Dat is de jongen die je op de foto ziet. Hij is echt heel goed voor je Fuego”. Een oprechte glimlach van vér, raadselachtige waas op de foto en emotioneel moment bij de schrijver van dit verhaal. Het is duidelijk. Vader is tevreden.