‘Ik ben gedoopt in motorolie’ Janna van Zon in gesprek met Willem van Doorn over zijn passie voor klassieke auto’s.

Willem van Doorn was van kleins af aan een nieuwsgierig kereltje, stond altijd overal met zijn neus bovenop. Zeker als het om auto’s ging. Zo ook op de dag dat zijn oom malheur had met een trekker. Natuurlijk wilde de kleine Willem daar bij staan. ‘He joh….ga ‘s effe een stukkie opzij.’ Bij de trekker stond een carterpan vol met olie. De drie jarige liep achteruit en belandde in de bak met olie. ‘Ik ben dus op zeer jonge leeftijd gedoopt in de motor olie.’

Zijn liefde voor auto’s zit in de genen. Het was op de Lagere Landbouw school – hij zal 13 of 14 jaar zijn geweest – toen hij met school een dagje naar Driebergen ging, naar het automuseum. ‘Iedereen zat al lang in de bus, maar ik lag nog onder een van de auto’s.’ Nog steeds wordt er samen met de broers heel wat af geknutseld in de grote schuren rond het huis. ‘Ook twee van mijn broers hebben het klassieke auto-gen maar niet van mijn vader hoor, die was a-technisch.’

Armoe troef

Willem was zeventien toen hij bij zijn vader op de boerderij ging werken. ‘Het was een gemengd bedrijf van vee- en akkerbouw. Mijn vader was van de koeien en ik van de techniek. Ik had er als oudste zoon veel aardigheid in. Mijn vader vond eigenlijk dat ik een jaartje of wat als bloemenkweker aan de gang moest – er werd toen goed geld verdiend in de bloemen – maar ik kreeg al heel snel door: dat is helemaal niets voor mij, veel te eentonig. Ondanks de goede beloning koos ik toch voor het bedrijf van mijn vader. Daar was het hard werken voor weinig geld. De landbouw was armoe troef in de jaren 50-60.’

Des te gelukkiger was Willem dat hij een oud barreltje van 500 gulden kon kopen. ‘Daar moest je dan wel zelf veel aan sleutelen maar zo heb ik het wel geleerd.’ En dat is een understatement want het sleutelen strekt wel heel wat verder. De barrels van toen zijn van een lelijk eendje veranderd in een prachtige zwaan.
‘Ik had nog geen rijbewijs maar wel mijn eerste Singer Roadster auto! Weliswaar zonder motor maar ik viel op het model. De motor – van een Morris Minor – heb ik later gevonden bij de woonwagenbewoners die hadden toen nog hun kamp/sloperij op de Legmeerdijk. Ik heb de motor zelf ingebouwd en met de auto reed ik alleen op zon- en feestdagen. Voor de dagelijkse boodschappen schafte ik een oude eend aan. Op een gegeven moment stonden hier zo’n 12 van die oude Deux Cheveaux op het erf, niet alleen van mij hoor, ook van mijn broers. Dat waren de ‘donor’ auto’s, altijd konden wij wel een onderdeel gebruiken. Oude auto’s….het is echt een familieziekte.’

500 exemplaren

In 1984 kocht Willem de Singer auto type Le Mans 9, bouwjaar 1934 .
‘Om de auto te promoten bouwde de fabriek eerst vier auto’s voor de racerij en vier auto’s voor rally’s en hill climbs. Nog steeds heel populair in Engeland, ieder weekend worden er wel van die wedstrijden gehouden. De Singer viel in 1933 en 1935 op Le Mans in de prijzen en zo ontstond de naam. Er werden 500 exemplaren in productie genomen. Ik heb er daar dus één van.’ Natuurlijk zit ook hier weer een heel verhaal aan vast. Omdat het absoluut geen straf is Willem te horen vertellen hangen wij aan zijn lippen.

‘Die auto was in het bezit van iemand uit Wassenaar ook echt een liefhebber van de Singer auto’s. Maar er brak brand uit in zijn werkplaats en de schade was enorm. Ik heb de totaal gedemonteerde en gedeeltelijk verbrande auto gekocht. Mijn schoonmoeder kwam een bakkie doen en zag daar alle schroot staan in de aanhangwagen. “Zo jongen heb je de schuur opgeruimd?” ‘Maar zo was dat niet, ik had de ‘schroot’ net voor toch redelijk wat geld gekocht. Een blik van onbegrip volgde. Maar ik wist dat het goed zou komen. Ik heb er wel zestien jaar voor nodig gehad om de auto rijklaar te maken. Heb er onderdelen voor uit Engeland gehaald. Ach ik kon er alleen in de vrije uurtjes aan werken.’ Liefdevol wordt gesproken over de bijzondere details, hoe alles in originele staat is terug gebracht. Een grote recente sticker aan het rechterportier toont aan dat deze Singer juweel ook op het circuit van Zandvoort furore heeft gemaakt.

Een ras verzamelaar

Als er al een paradijs op aarde bestaat, dan is dat te vinden in en rond het huis van Willem waar hij samen met zijn vrouw Antje – een echte boekenvrouw – woont. Het erf waar ooit zijn opa woonde, zijn ouders en nu dan hijzelf. De tuin, het huis, de gebouwen het is één groot kijkfeest waar je ogen tekort komt en steeds weer verrassende ontdekkingen beleeft. Kunst – ook zeer verdienstelijke zelf gemaakte etsen en beelden – tussen oude fraaie posters, grilles, oude motorblokken, verstofte auto’s met een schoonheid die je geheel in beslag neemt. Vitrines vol met kleinoden, nog veel meer auto’s in wording en daar tussen dan ook weer een exemplaar die verpletterend mooi staat te wezen. De tuin vol bloemen en oude bomen die op stille avonden hun geschiedenis vertellen. Het is moeilijk om afscheid te nemen…nog even de fotoboeken bekijken waarin de jaarlijkse reünies in Engeland en Nederland zijn vastgelegd evenals het grote feest op eigen erf. ‘Wij komen zo in alle delen van Nederland en Engeland en ontmoeten de ware Singer liefhebbers.’

Maar…  wordt er benadrukt ‘Ik houd eigenlijk van alle klassieke auto’s. Hoe die motoren in elkaar zitten, en het uiterlijk is vormgegeven, ik kan daar zo van genieten.’

[tekst Janna van Zon, foto Kirsten Verhoef. Dit gesprek is eerder gepubliceerd in de Nieuwe Meerbode Aalsmeer op 20 oktober 2016]